De kale energieprijs daalde na de crisis flink, van € 0,50 per kWh in april 2022 naar ongeveer € 0,32 vandaag. Tegelijk maken nettarieven, heffingen en belastingen inmiddels meer dan de helft van de eindfactuur uit — en die componenten volgen de marktprijs niet. Wie de factuur wil begrijpen, kijkt dus best naar het geheel, niet alleen naar de energiecomponent.

Wat kost een kilowattuur vandaag?

Volgens de kwartaalcijfers van de CREG betaalt een Vlaams gezin in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld € 0,3222 per kWh, alle kosten inbegrepen: energie, nettarieven, heffingen en btw. Ter vergelijking: in april 2025 lag de commerciële all-in prijs volgens VREG-data nog op € 0,38 per kWh.

Het sociale tarief ligt lager (€ 0,2493 per kWh in 2026), maar voor de meeste gezinnen geldt het commerciële tarief. Stroom blijft daarmee duurder dan in de periode vóór 2021, toen de all-in prijs rond € 0,27 schommelde.

De jaarfactuur daalt trager dan de energieprijs

De historiek maakt dat zichtbaar. In februari 2022 betaalde een gezin met 3 500 kWh verbruik op jaarbasis € 1 766 aan elektriciteit. In februari 2024 was dat gezakt naar € 1 162. In november 2025 stond de teller opnieuw op € 1 291. Die evolutie hangt samen met de samenstelling van de factuur.

De piek van 2022: in september 2022 bereikte de prijs voor nieuwe contracten € 0,94 per kWh — meer dan € 3 300 op jaarbasis voor een gezin met 3 500 kWh. Sindsdien is de markt afgekoeld; structureel ligt het prijsniveau nog altijd boven dat van vóór de crisis.

Waar gaat je geld precies naartoe?

Een analyse van mijnenergie.be op basis van VREG-data toont dat de energiecomponent in februari 2024 nog maar 45% van de factuur uitmaakte. In februari 2022 was dat 55%, in 2023 zelfs 63%. De verschuiving is niet toevallig:

Conclusie: de totale factuur daalt minder snel dan de kale energieprijs, omdat nettarieven en heffingen een steeds groter aandeel innemen.

Wat betekent dit voor zonnepanelen?

Elke kilowattuur die je zelf produceert, is een kilowattuur die je niet koopt aan € 0,32 — en waarvoor je geen nettarieven of heffingen betaalt. Zelfopwekking betreft dus vooral de componenten die vandaag het zwaarst doorwegen op de factuur. Hoe meer je eigen productie bovendien direct zelf verbruikt, hoe minder je afhankelijk bent van het injectietarief voor teruggeleverde stroom.

Of dat ook voor jouw dak opgaat, hangt af van oriëntatie, schaduw en verbruikspatroon. In onze rekensom lees je wat tien panelen realistisch opleveren.

Bronnen: CREG (kwartaaltarieven 2026), VREG (capaciteitstarief en verbruikscijfers), Eneco (prijsvergelijking april 2022–2025), mijnenergie.be (factuuranalyse).