De zonnepanelenmarkt is de afgelopen jaren flink veranderd: panelen werden goedkoper, het prijsniveau van stroom bleef hoger dan vóór de crisis en de regels rond meters en tarieven werden herschreven. Reden genoeg om de rekensom opnieuw te maken — met realistische aannames.

Van wattpiek naar kilowattuur

Het vermogen van een paneel wordt uitgedrukt in wattpiek (Wp): het piekvermogen onder laboratoriumcondities. In België levert één kWp aan geïnstalleerd vermogen doorgaans 850 tot 900 kWh per jaar op, afhankelijk van oriëntatie en hellingshoek. Een modern paneel van 440 Wp produceert dus circa 380 à 400 kWh per jaar.

De rekensom: tien panelen

Nemen we een typische Vlaamse installatie van tien panelen van elk 440 Wp, dan kom je op 4,4 kWp. Vermenigvuldigd met de Belgische productiefactor geeft dat ± 3 850 kWh per jaar. Tegen de huidige all-in prijs van € 0,32 per kWh is die productie maximaal € 1 230 per jaar waard.

Realistische besparing: je verbruikt een deel van je productie direct (dat is het meest waardevol) en levert het overschot terug aan het net tegen een injectietarief van doorgaans 1 à 7 eurocent per kWh. In de praktijk komt de jaarlijkse besparing daardoor uit op € 700 tot € 1 000, afhankelijk van je zelfverbruik.

Hoe snel verdien je de installatie terug?

De prijs van een volledige installatie schommelt in 2026 rond € 0,85 tot € 1,25 per Wp, inclusief omvormer en plaatsing. Voor 4,4 kWp betekent dat ongeveer € 4 950 à € 6 500. Gedeeld door de jaarlijkse besparing kom je op een terugverdientijd van 6 tot 8 jaar — een cijfer dat ook brancheorganisaties en banken hanteren. Omdat panelen 25 jaar of langer meegaan, produceer je na de terugverdientijd nog ruim vijftien jaar stroom die je anders zou kopen.

Vier factoren die je opbrengst bepalen

Bronnen: VREG (productienormen), Eneco en June Energy (opbrengstfactoren), CREG (stroomprijs 2026), sectorgegevens paneelprijzen.